Image GROENE HART - Geloven moet zijn als hardlopen. De kerk kan dan ook een voorbeeld nemen aan een hardloopclub, vindt dovenpastor Frans van Dijke. Of je nu in een oude Fiat of in een dikke Volvo komt aanrijden, eenmaal ‘hollend’ heeft iedereen hetzelfde ‘pakkie’ en dezelfde soort schoenen aan. Dan is iedereen gelijk. Zo zou het in de kerk ook moeten zijn, vindt hij: iedereen zou dezelfde weg moeten gaan, zonder muren en

allerlei hobbels en kuilen op de route. Iedereen zou gelijk moeten zijn ,,We maken het elkaar soms zó moeilijk,’’ klinkt het oprecht uit zijn mond. Daarmee geeft de Woerdenaar onbedoeld de kern weer van wat hij probeert te voorkomen: dat doven obstakels tegenkomen op hun ‘geloofsroute’.

Van Dijke is een van de drie dovenpastors in Nederland. Zijn werkgebied loopt van Den Helder tot Aalten. Een gemeente met zo’n vijfhonderd leden, verspreid over vier provincies (Utrecht, Zuid-Holland, Noord-Holland en Gelderland). Dat brengt natuurlijk nadelen met zich mee, zoals lange reistijden en wisselende kerken. Maar het biedt ook voordelen. Zo zijn gemeenteleden eerder geneigd te komen naar de speciaal voor hen georganiseerde diensten. Bovendien zijn het vaak socialere samenkomsten dan reguliere kerkdiensten, door het ontmoetingskarakter. Vaak wordt er gezamenlijk gegeten.

Dat Van Dijke nu zó vol passie kan vertellen over zijn werk, had hij vier jaar geleden niet kunnen vermoeden. Toen hij voorging in een dienst voor doven en slechthorenden in verpleeghuis Weddesteyn, beviel het de luisteraars dat Van Dijke na de dienst echt de tijd nam voor doven. ,,Ik dacht toen: wie is hier nu de dove? Ik stond aan de zijlijn, tussen al die niet-horenden. Ik maakte mee wat een dove tussen de horenden meemaakt en dat intrigeerde me. Ik vond het niet kloppen, dat ik deze mensen niet eens zonder een tolk met gebarentaal het evangelie kon vertellen, voelde me onthand.’’

Toen de luisteraars hem vroegen na te denken over een overstap van de gereformeerde kerk naar het dovenpastoraat, bedankte Van Dijke. ,,Daar achtte ik mezelf niet toe in staat.’’ Maar ze kwamen om de twee maanden terug. ,,Toen besloot ik dat een definitief ‘nee’ nodig was, of dat ik serieus moest nadenken over de vraag waarom ze juist bij mij kwamen. Als dit soort signalen op je afkomen, moet je die niet negeren, bedacht ik me. Want misschien werkt God wel zo.’’

Een roeping? Hij schrikt bijna van de vraag. Maar na enig peinzen en overleg met zijn vrouw volgt toch een huiverig ‘ja’. De Woerdenaar besloot daarom niet lang voor zijn vijftigste verjaardag een volkomen andere weg in te slaan. Veel, zo niet alles is veranderd. Want waar een gewone kerkdienst vol klank, moeilijke woorden, beeldspraak en poëzie zit, wordt in een dovendienst een andere, visuele taal gebruikt.

,,Maar in de beperking toont zich de meester. Er zijn minder gebaren dan er woorden zijn, maar de communicatie is zeker niet kinderachtig. Diensten en andere ontmoetingen komen juist sneller to the point. Ik heb heel erg moeten leren werken met die beperking en met andere mogelijkheden van taal. Het dwingt je bewust te zijn van wat je écht wilt zeggen, de kernboodschap. Je schrapt het onnodige eerder.’’

Van Dijke wikt en weegt zijn woorden. Hij praat heel rustig en maakt zijn zinnen netjes af. ,,Doofheid gaat gepaard met een klanktaalprobleem,’’ gaat hij bevlogen verder. ,,Doven luisteren met hun ogen. Ze spreken via lichaamstaal.’’

Daarmee werd de predikant al binnen een dag pijnlijk geconfronteerd. Hij ging op bezoek bij een ernstig zieke dove in het ziekenhuis en kwam in een volle zaal. Terwijl Van Dijke zelf nauwkeurig iedereen scande, bleek de dove direct te hebben gezien dat hij de pastor was. Van Dijke vroeg de man of hij pijn had, terwijl de patiënt al volop non-verbale signalen had afgegeven, dat hij op dat moment erge pijn had.

,,Ik besef dat ik nooit zo goed zal leren communiceren als een dove van nature kan. Je ziet details niet, bent te gespitst op horen. Maar je geeft het evangelie wel heel letterlijk handen en voeten op deze manier. Je werkt heel visueel zoals met een beamer. En geeft vaak extra uitleggende woorden bij moeilijke bijbelteksten.’’

Al kost dat vele visuele wel extra moeite, weet hij. ,,Want kijken is tien keer zo vermoeidend als luisteren, je moet je heel goed focussen. Wat dat betreft zijn doven net als horenden, hun gedachten dwalen ook vaak af tijdens een preek.’’

Toch is er ook een belangrijk verschil, zo is Van Dijke opgevallen. ,,Ik kreeg onlangs een mailtje van een dove die vroeg naar het thema van de kerstdienst, om rondom dat thema de aankleding te verzorgen.

Helaas staat alles rond kerst steeds vaker in het teken van deze aankleding en vergeten we waar het kerstfeest ook alweer over gaat. We zijn heel veel bezig met middelen. Maar waarom sturen we kaarten? Waarom versieren we de boel? Besef dat dit middelen zijn om iets te communiceren. Ik ben steeds meer van mening dat doven sneller tot de kern komen, alles slimmer aanpakken. Horenden doen het vaak onhandig en omslachtig, met omhaal van woorden.’’

Bron: AD.nl