Image In mijn beroep van audicien heb ik in de voorbije jaren enorm veel hoortoestellen de revue zien passeren. In de beginjaren , we praten over de tweede helft van de 70er jaren, liep het nog niet zo hard met de nieuwe ontwikkelingen, maar de laatste 10,15 jaar zijn we in een enorme stroomversnelling terechtgekomen voor wat betreft de technische vooruitgang. 
Deze ontwikkeling heeft mijn beroep, audicien, buitengewoon boeiend gemaakt. Er valt daarom ook een brede interesse te bespeuren onder jongeren voor dit vak,  dit in tegenstelling tot de situatie in het begin van mijn  loopbaan, toen het nog een ondergestoft wereldje was met weinig dynamiek. Mensen werden bij de audicien naar binnen geduwd  door partner of familie voor het aanschaffen van iets dat ze eigenlijk helemaal niet wilden.
” Zo’n protheseding,  zo’n varkenskleurige banaan achter mijn oor? Nee dankjewel!” En inderdaad, de techniek was beperkt en zo’n hoorapparaat verdiende echt geen schoonheidsprijs.
Bovendien werkte het ook nog stigmatiserend : Het beeld van het oudje met een friemelende hand aan het piepende hoorapparaat vooraan in de rij bij de kassa.
“Tsegtu?
Menig hoortoestel lag dan ook meer in de kast dan dat het gebruikt werd.
  
De digitalisering , het gebruik van chips in de hoortoesteltechniek bracht een enorme kentering met zich mee. Vooral de miniaturisering sprak enorm aan, toestelletjes die niet of nauwelijks te zien waren, designtoestelletjes in snelle kleuren.         
Miniatuurcomputertjes zo groot als ’n…. beetje pinda. (gepeld…)
De instelling  en aanpassing aan het audiogram van de slechthorende gebeurde aanvankelijk met tamelijk primitieve, “computerachtige” instelunits, maar al snel kwam het eerste echte digitale hoortoestel dat echt  softwarematig werd aangemeten.
Ook dat is intussen al weer ettelijke  jaren geleden en  zijn we al aan de  tigtigste digitale variant toe. Communicerende hoortoestellen, vanuit  de broekzak bestuurbare programma’s en volume, toestellen met externe microfoon..
Het intelligente hoortoestel compleet met geheugen en bleu-toothverbinding naar de GSM is reeds geboren en groeit als kool.
De drempel om een hoortoestel aan te schaffen is mede daardoor beduidend verlaagd, de leeftijd van de “starter” ligt belangrijk lager.
Dit hoortoestel belandt  niet meer in de kast, sterker nog, vaak pocht men zelfs tegenover bekenden over het topsegment hoortoestel dat men heeft aangeschaft.

Echter, hoe snel  vooruitgang went merken wij als audicien vaak aan de vanzelfsprekendheid waarmee men een oplossing  verlangt als “kritische consument”. Een oplossing voor een –zacht uitgedrukt- behoorlijk complex probleem als slechthorendheid. 
Een oplossing die, ondanks alle techniek, niet zondermeer  haalbaar is.
Er komt meer bij kijken dan zomaar wat digitale geluidbewerkingen.

Maar daarover wellicht een andere keer meer.
    
In vergelijk met bovenstaande wil ik nu een andere realiteit als contrast naar voren halen, al was het maar om aan te geven hoe ver wij in Nederland met de gehoorrevalidatie gevorderd zijn.
  
Als voorzitter van de Stichting Respons Nederland Roemenië kom ik sinds 1996 jaarlijks enkele malen in Roemenië.
De taak van Respons was de renovatie van een, destijds, zwaar verpauperd ziekenhuis. In welke miserabele toestand we het ziekenhuis toentertijd aantroffen behoeft geen betoog.
We zijn er intussen in geslaagd om er weer een bloeiend en waardevol streekziekenhuis van te maken.
Omdat ons project dit ziekenhuis betrof, kwam ik geregeld in aanraking met slechthorenden.
Er was in het ziekenhuis echter geen mogelijkheid om deze patiënten, met hun  vaak jarenlang verwaarloosde hoorklachten, te helpen.
Ik vond ik dat ik ergens moest zien te  beginnen. 
De eerste patiënten die zich aandienden waren mensen die van hulporganisaties uit het westen gebruikte hoortoestellen hadden gekregen.
Dit waren vrijwel altijd oude, versleten, krakende krengen. Zonder passend oorstukje (logisch) en dus liep men met een half vergaan speentje aan het  toestel. Hierdoor floot het apparaat zowat het oor  uit.
Ondanks dat, leek het dat velen er  blij mee waren…”Als het toestel piept meneer, nou, dan druk ik het gewoon dieper in mijn oor, hoort U? Dan stopt het piepen!”
Ik schaamde ik me hier wel wat  voor en besloot om actie te ondernemen.

Eerst maar eens zoeken naar een audiometer om behoorlijk gehooronderzoek te doen en vervolgens een mogelijkheid om fatsoenlijke oorstukjes te maken.
Terug in Nederland heb ik wat rondgeroepen in het hoortoestellenwereldje.
Van Veenhuis Medical Audio in Gouda kregen we een nog uitstekend functionerende klinisch audiometer, waar we inmiddels al jaren plezier van hebben bij de gehooronderzoeken. 
De hoortoestellen die we van hier meenemen zijn goed werkende “occasions” van jonge leeftijd, door familie van overledenen voor “het goede doel” teruggebracht..
Van het bedrijf waar ik voor werk, Streukens Hoorapparaten te Maastricht, ontvingen we een compleet oorstukjeslaboratorium, inclusief voor vele jaren materiaal.
Ter plaatse heb ik een tandartsassistente geleerd hoe ze oorstukjes moest maken. Ze is er heel bedreven in geworden.
Ons ziekenhuis groeide intussen maar door. We konden meerdere artsen en verpleegkundigen aantrekken.
Ons “hoortoestellenproject” mocht zich verheugen in grote belangstelling. Niet alleen vanuit de bevolking, maar zeker ook vanuit de medische staf van ons ziekenhuis.
Een van de  jonge artsen was zeer geïnteresseerd en past tegenwoordig hoortoestellen  aan in het “Cabinet Audiologie”, een kamer die we voor dit doel hebben ingericht.
De slechthorenden in ons Roemeense dorp geven steeds  weer te kennen dat ze zich in een bevoorrechte positie bevinden.
De mensen in Nederland vragen mij vaker hoe ik het kan opbrengen om zover te reizen en zoveel vrije tijd in zo’n project te steken.
Het antwoord is simpel: Hier haal ik mijn motivatie en energie vandaan. Juist voor slechthorend Nederland.
U zult begrijpen waarom…                

Peter  Reiters,   audicien te Maastricht


 

Bron: DovenTV