Image Tweede symposium van Woord en Gebaar groot succes. Na het overweldigende succes van het symposium CI en de Toekomst van Dovencultuur in juni 2006 organiseerde de Stichting Woord en Gebaar dit jaar haar tweede symposium DoofDivers: vele manieren om doof te zijn. Het symposium was met een kleine 175 gasten wederom een groot succes Het thema van het symposium was DoofDivers: vele manieren om doof te zijn. De dovengemeenschap anno 2008 is namelijk zeer divers. Dat komt doordat de samenleving verandert. Doven kunnen vandaag de dag meer verschillende en hogere opleidingen volgen dan vroeger. Contact leggen met andere mensen is nu veel makkelijker dan vroeger door nieuwe communicatiemiddelen (zoals sms, e-mail en msn). En steeds meer doven hebben een CI. De betekenis van doof zijn is daardoor minder eenduidig. Dove mensen hebben meer mogelijkheden dan vroeger om hun bestaan in te richten en aan hun identiteit uitdrukking te geven. Dat kan voor dove jongeren verwarrend werken: wie ben ik, waar hoor ik bij, hoe vind ik mijn weg in de ingewikkelde wereld van deze tijd? Zijn de vragen die hen bezighouden. De antwoorden zijn velerlei.

Diversiteit bleek een zeer aantrekkelijk onderwerp te zijn. Een kleine 175 mensen kwamen naar De Balie in Amsterdam om te luisteren en te debatteren over de diversiteit binnen de dovenwereld.

 

Sprekers.

Allereerst gaven vier sprekers hun visie op doofheid en identiteit. Albert Wijbenga beet het spits af. Hij is doof en kiest 100% voor de dovenwereld. Aukje Bijlsma (doof met CI), eindredacteur van Woord en Gebaar, betoogde dat doof zijn eigenlijk helemaal niet zo leuk is. De derde spreker, Anthony Mowl (doof), is geboren en getogen in Amerika en vertelde hoe zijn dove ouders gestreden hebben voor dovenemancipatie en hoe hij hun streven voortzet. Ten slotte lichtte Karen Nakamura, antropologe aan de universiteit van Yale, toe hoe de dovengemeenschap in Japan haar identiteit gevonden heeft. Nakamura is niet doof, maar vergeleek haar eigen dilemma’s als “teruggekeerde-Japanse, geboren Indonesische – in Australie opgegroeide - Quasi-American”  met die van de Japanse dovengemeenschap.

 

Debat

Naar aanleiding van de verhalen van bovengenoemde nationale en internationale sprekers, werd er door het publiek gedebatteerd over een stelling. Dit gebeurde aan de hand van een opgelegd standpunt: het linkerdeel van de zaal was voorstander van de stelling, het rechterdeel tegenstander en in het midden zaten de rechters. De voorstanders en tegenstanders werden opgezweept door de debataanjagers (jongeren van de Stichting Zo Hoort Het). Voor velen was dit een nieuwe, prikkelende vorm van debatteren.

 

Dit symposium was onderdeel van de DoofZichtbaarWeek. De DoofZichtbaarWeek werd mogelijk gemaakt met steun van: Revalidatiefonds, NSGK, VSBfonds, Fundatie Van den Santheuvel  Sobbe, Nationaal Dovenfonds, Het Schipholfonds, Het Guyot Fonds en De Russell-ter Brugge Stichting.

 

Bron: AnnieS