Image Voorlichters van het FCDS bezoeken verzorgingstehuizen. In de afgelopen twee jaren zijn alle verzorgingshuizen in Friesland door het Fries Centrum voor Doven en Slechthorenden (FCDS) aangeschreven, en op verzoek door voorlichters van het FCDS bezocht. Van de zestig verzorgingshuizen zijn er inmiddels in meer dan de helft één of meer voorlichtingsbijeenkomsten geweest.  Gerda Deenik is een van de 

voorlichters en vanaf het begin betrokken bij het project. Deenik: “Van Noord tot Zuid en van Oost tot West, we zijn heel Friesland doorgereisd om de verzorgingstehui-zen te bezoeken. Sommige hebben het uitstekend voor elkaar, maar bij andere huizen is men niet goed op de hoogte over slechthorendheid en weten gebruikers van hoortoestellen en het personeel niet voldoende waar ze op moeten letten.”

De voorlichters gaan niet alleen, maar samen met een ander op pad, omdat ze ‘ervaringsdeskundig’, dus zelf ook slecht-horend zijn. Tijdens een bijeenkomst kunnen ze elkaar aanvullen en hel-pen bij het verstaan van wat er wordt gezegd. “Dat is niet alleen praktisch, maar ook wel zo gezellig”, vindt Deenik.

Ringleiding
Als de voorlichters binnenkomen in de tehuizen, geven ze hun ogen goed de kost. Gladde vloeren, wanden en plafonds geven een slechte akoestiek, en zijn dus niet prettig voor mensen met gehoorproblemen. Een balie met glas ervoor geeft ook problemen. Deenik: “Voor we met de voorlichting beginnen vragen we al-tijd of er een ringleiding aanwezig is, en het verbaast ons dat die soms zelfs in recreatieruimten en kerkzalen niet aanwezig is. Als er een ringlei-ding is, vragen we de aanwezigen om het hoortoestel op de T-stand te zet-ten. Sommigen weten niet of die op hun toestel is ingesteld en als dat wel het geval is, hoe ze dat moeten acti-veren.”

Aan het begin van de voorlichtingsbij-eenkomst wordt eerst uitgelegd hoe de middag er gaat uitzien. “We beginnen met een algemeen verhaal over slechthorendheid. Wist je bijvoorbeeld dat er ieder jaar zo’n 100.000 slechthorenden bijkomen? Daar-onder zijn ook veel jongeren, die be-schadigingen aan het gehoor oplo-pen door onder andere te harde mu-ziek. Wat ouderen betreft: van de mensen boven de 70 jaar is 20% slechthorend, boven de 75 jaar is dat 30%, en boven de 80 jaar 50%, dat is dus de helft! Van de mensen ouder dan 85 jaar hoort zelfs 80% niet goed meer.” Deenik benadrukt dat het belangrijk is om niet te lang te wachten met het aanschaffen van een hoortoestel. “Hoe langer je wacht, hoe moeilijker het wordt om er aan te wennen.

Als je gehoor al erg achteruit is gegaan en je weinig meer hoort en dan een apparaat aanschaft, kan de overgang te groot zijn. Wat je dan wel kunt doen is overleggen met je audicien of die het hoortoestel stapsgewijs wil aanpassen. Je kunt zo voorkomen wat de mevrouw in het volgende voorbeeld overkwam. Zij had een hoortoestel aangemeten gekregen, maar kon er niks mee, want ze werd volgens eigen zeggen ‘helemaal gek’ van haar Friese staartklok. Die sloeg om het kwartier, waar ze steeds erg van schrok. Zij was harde geluiden helemaal ontwend.”

Ouderwetse toeters
De voorlichters laten diverse hoortoestellen zien aan de aanwezigen. “Vroeger had je van die ouderwetse toeters, die kon iemand aan zijn oor houden en dat werkte eigenlijk best goed. Een soortgelijk systeem wordt nog steeds gebruikt: een slang met een trechter. Het slangetje gaat in het oor en door de trechter kan iemand praten. Vooral niet te hard, want het geluid versterkt enorm. Het is erg handig voor iemand die bedlegerig is, want als je je oor met gehoorapparaat op een kussen legt, gaat het pie-pen. In één van de verzorgingshuizen hebben ze direct tien van deze ‘slangen’ besteld, voor iedere afdeling één.” Er zijn de oude analoge toe-stellen die alles even hard versterken - niet bepaald prettig - tot de moder-ne digitale toestellen, die helemaal op het gehoor van iemand worden aangepast. Desondanks: een hoortoestel blijft een hulpmiddel, het is geen medicijn. Dus, het horen mét een toestel is anders dan het horen zónder.Tips voor wat betreft de hoortoe-stellen worden ook gegeven tijdens de voorlichting: zorg op tijd voor vervanging van de batterijen (ongeveer eens in de veertien dagen). Het oor-stukje hoort af en toe te worden schoongemaakt en het slangetje moet geregeld worden vernieuwd. “Bij een aantal verzorgingshuizen hadden ze een lijstje met de data bij de medicijnen, waarop een en ander stond vermeld. Een goede manier om het in de gaten te houden”, denkt Deenik.

Rammelende kopjes
Een ander onderdeel van de bijeen-komsten is het benoemen van aandachtspunten in het omgaan met slechthorendheid, en het geven van tips. Deenik vertelt: “Voor de mensen die slecht horen geldt: wees zelf dui-delijk, geef het aan als je iets niet goed hoort en vraag anderen gerust om wat ze zeiden te herhalen. Voor de omgeving is het belangrijk om de persoon aan te kijken als je iets te zeggen hebt, rustig te praten en goed te articuleren. En heb een beetje ge-duld. Vaak is iemand die slechtho-rend is een tijdje bezig met het uitpuzzelen van wat er net gezegd werd, dus wacht even voor je het gaat herhalen. Ook rammelende kopjes zijn voor een slechthorende geen pretje. Je hoort absoluut niet meer wat iemand zegt.”
Eigenlijk is het allemaal niet zo moei-lijk. Het kost misschien iets meer moeite en het vraagt enig geduld, maar het levert wel het nodige op. “Slechthorenden raken gemakkelijk in een isolement. Als je dat met een paar aanpassingen kunt voorkomen, is dat een goede zaak.”

Apart kader!
Met het project: Voorlichting over ouderdomsslechthorendheid in verzorgingshuizen en vepleeghui-zen wil het FCDS een bewustwor-dingsproces op gang brengen. Er wordt voorlichting gegeven aan bewoners, familie, personeel, en vrijwilligers over de problemen die slechthorendheid met zich meebrengt. Er wordt aan gewerkt om ‘hoorzorg’ in de nabije toe-komst onderdeel te laten zijn van de totale zorg in verzorgings- en verpleeghuizen.

Doofheid en slechthorendheid vraagt aanpassing van twee kanten.
Omgaan met slechthorendheid en doofheid vereist niet alleen van de be-trokkenen zelf het nodige, maar ook van de omgeving. Als iemand drie keer vraagt wat zeg je, kan dat behoorlijk irritant zijn, dus enig geduld is wel op zijn plaats. Met een slechthorende collega op het werk moet je re-kening houden, niet alleen op de werkvloer, maar ook zeker in verga-deringen: niet door elkaar praten, geen onnodig lawaai (rammelende koffiekopjes), geen onderonsjes, en geregeld even herhalen/samenvatten wat er is gezegd.

Het Fries Centrum voor Doven en Slechthorenden (FCDS) wil een be-wustwordingsproces op gang brengen, zowel bij de maatschappij als bij slechthorenden en doven. Aan het woord is Albertsje Spliethoff van het FCDS. Veel mensen hebben er geen weet van wat onze doelgroep allemaal voor problemen tegenkomt in het dagelijks leven. Wij signaleren be-lemmeringen en willen bereiken dat slechthorenden en doven zo goed mogelijk kunnen meedoen in de maatschappij. Het FCDS is een vrij-willigersorganisatie, alle activiteiten worden in principe gedaan door mensen van de doelgroep. Zij kunnen als geen ander uit de doeken doen waar ze tegenaan lopen.


Toegankelijkheid
Naast de basisvoorzieningen die het FCDS biedt, wordt er veel gewerkt in tijdelijke projecten. Spliethoff: ?Het mooie daarvan is dat je een stevige impuls geeft aan bepaalde zaken, waarna er op doorgegaan kan worden. De afgelopen jaren hebben onze vrijwilligers voorlichting gegeven in verzorgings- en verpleeghuizen. (Elders in dit blad meer hierover). Een ander project is het stimuleren van het toegankelijk maken van de WMO-loketten voor slechthorenden en doven: een auditieve hellingbaan. Iedereen vindt het vanzelfsprekend dat een toegang tot een ge- bouw rolstoelvriendelijk is door middel van een hellingbaan, zegt Spliethoff. Voor de mensen van onze doelgroep is het binnenkomen in een gebouw niet zo zeer de moeilijk-heid tenzij er een intercom gebruikt wordt. Maar eenmaal binnen ont-staan er vaak wel degelijk problemen. Een balie met glas ervoor maakt communiceren lastig, en medewerkers van instanties weten vaak niet goed hoe ze met doven en slecht-horenden moeten omgaan. Terwijl met een simpele ringleiding al een deel van de problemen is opgelost. Een beeldscherm is ook een handig hulpmiddel als je mondeling of met gebaren iets niet duidelijk kunt maken.

112
Je staat er als horende niet zo bij stil, maar als je slechthorend of doof bent en een hulpdienst wilt inschakelen - 112: politie, ambulance, brandweer-, dan heb je een probleem. En wat als je in de trein zit en er wordt omge-roepen dat je moet overstappen, om-dat deze trein niet verder gaat. Ineens zie je iedereen opstaan en richting deuren lopen. En jij hebt geen idee wat er aan de hand is. Het zijn zo maar een paar voorbeelden van waar je mee te maken krijgt als je niet of niet goed kunt horen.
Er is nog een lange weg te gaan, maar meestal is het onwetendheid en geen onwil van de omgeving om slechthorenden en doven tegemoet te komen. Het FCDS blijft zich in-zetten om partijen dichter bij elkaar te brengen.

Bron: Het Sein / DovenTV