Image Kinderen met een handicap kunnen het beste naar een gewone school, vindt Gijs Bruggemann. Hij is zelf doofblind, maar haalde een bachelor's degree in de VS. Stoelenmatter kon hij worden. Zijn docenten op de lagere school hadden weinig vertrouwen in Gijs Bruggemann, en toen was hij alleen nog doof. Inmiddels is Bruggemann (32) doofblind. En heeft hij aan een universiteit in Amerika zijn bachelors degree gehaald. In het stadsdeelkantoor van De

Baarsjes is Bruggemann gastspreker van de stichting Gehandicapten Platform De Baarsjes, die gisteravond een burgerinitiatief heeft ingediend om kinderen met een handicap of beperking toegang te geven tot regulier onderwijs - het zogenoemde inclusief onderwijs.

In gebarentaal spreekt hij de deelraad toe, en een gebarentolk vertaalt zijn betoog voor het inclusief onderwijs. Bruggemann is het levende argument voor dat onderwijs, en bovendien strijdbaar: "Ik bén niet gehandicapt, ik héb een handicap."

Bruggemann begon op de Ammanschool, een school voor dove kinderen in Amsterdam. Toen hij negen was, werd vastgesteld dat hij het Ushersyndroom had. Hij was al doof geboren en zijn evenwichtsorgaan functioneerde niet, maar zijn netvlies ging ook nog langzaam maar zeker achteruit. Op dit moment ziet Bruggemann zo weinig dat hij 'maatschappelijk blind' is.

Op verzoek van ouders werd hij overgeplaatst naar de Rafaelschool, de enige school in Nederland voor doofblinde kinderen, maar destijds, in de jaren tachtig, was het moeilijk voor hem zich daar te ontwikkelen, omdat de meeste kinderen ook een geestelijke beperking hadden.

Mavo-niveau
Op zijn veertiende werd hij niet toegelaten op het voortgezet speciaal onderwijs op mavo-niveau, omdat hij niet duidelijk genoeg kon spreken. Bruggemann: "Er werd dus niet gekeken naar mijn intelligentie, maar naar mijn verstaanbaarheid. Mijn ouders gingen op zoek naar een mavo die mij wilde accepteren, want regulier onderwijs voor leerlingen met een beperking was toen geen recht, maar een voorrecht."

Zijn ouders waren ervan overtuigd dat Bruggemann veel meer kon presteren dan lbo-niveau. Bruggemann: "Ze stonden bekend als lastige ouders, die de beperking van hun kind nog niet hadden verwerkt en geaccepteerd."

Uiteindelijk maakte Bruggemann, met hulp van gebarentaaltolken, de mavo af, daarna de havo, en daarna haalde hij zijn bachelor's degree in sciences aan de Gallaudet Universiteit, een 'dovenuniversiteit' in de Verenigde Staten.

Als geen ander kan Bruggemann dus oordelen over de voor- en nadelen van speciaal onderwijs, regulier onderwijs voor leerlingen met een handicap en 'inclusief onderwijs'. Bruggemann: "Het speciaal onderwijs is zeker in het begin een goede ontwikkeling. Alle kinderen hebben een beperking, en zo leer je jezelf beter begrijpen en accepteren."

Reistijden
Maar de reistijden naar zo'n bijzondere school zijn lang - Bruggemann was tussen 07.30 uur en 17.00 uur van huis - en de eisen en verwachtingen die aan de leerlingen worden gesteld zijn laag. Bruggeman: "Een proefwerk mocht je vier keer overdoen, en er wordt te veel gekeken naar wat een leerling niet kan, en niet naar wat hij wel kan."

Zijn ouders kregen Bruggemann op een reguliere mavo, lekker dicht bij huis. De overgang naar havo 2, op een school met duizend leerlingen, viel zwaarder. Zijn leraar Duits opperde dat hij maar op de gang moest gaan leren.

Maar het lesniveau was tenminste hoger, Bruggemann werd op zijn verantwoordelijkheid aangesproken, kreeg meer zelfvertrouwen en sociale contacten.

Bruggemann: "Eigenlijk heeft inclusief onderwijs maar één nadeel: je kunt je af en toe eenzaam voelen. Maar dat kun je ook positief zien. Het geeft rust om bij te komen."

Kortom, Bruggemann roept de deelraad op het burgerinitiatief voor inclusief onderwijs over te nemen. Alleen al omdat andere jongeren leren om te gaan met jongeren met een beperking. "Daar wordt mijn beperking uiteindelijk ook minder van." De raad besluit het burgerinitiatief op de agenda van juni te zetten. (HANS VAN DER BEEK)

Bron: Het Parool