Image Monica Versluis (37 jaar) is doof geboren. Haar doofheid is erfelijk. Monica’s ouders zijn ook doof. Ze heeft een horende en een dove zus. Monica maakt veel gebruik van tolken. ‘Ik ben opgegroeid in de dovenwereld. Daarom heb ik nooit hoeven wennen aan het inzetten van tolken, want mijn ouders maakten ook al gebruik van tolken. Bijvoorbeeld als ze een belangrijk gesprek bij de huisarts of op school hadden. Zelf doe ik dat ook. Ik vind het overdreven om elke keer voor tien minuten bij de huisarts een tolk in te

zetten, maar als het een belangrijk gesprek is, dan zorg ik wel dat er een tolk aanwezig is.’

Een tolk op school

Tot haar 18e heeft Monica op een school voor slechthorenden gezeten: ‘Daar had ik geen tolk nodig. Pas toen ik naar de HAVO ging, ben ik begonnen met het inzetten van een tolk.’ Na de HAVO ging Monica naar het HBO. ‘Op het HBO wilde ik ook een tolk inzetten, maar het UWV kende mij geen tolk toe. Ze vonden dat ik voldoende opleiding gehad had. Belachelijk!’, zegt Monica boos. Monica heeft een rechtzaak aangespannen tegen het UWV. Deze zaak heeft ze na vijf jaar gewonnen: Monica had recht op een tolk voor haar opleiding. Na het HBO heeft ze nog een jaar een opleiding gevolgd voor werk in de geestelijke gezondheids- en verslavingszorg (GGZ). Hierbij werd haar tolk weer gewoon vergoed: ‘Ik had de tolk echt nodig om de colleges goed te kunnen volgen.’


Een tolk op het werk
Monica werkt sinds zeven jaar als gespecialiseerd GGZ maatschappelijk werker bij PsyDoN in Amsterdam. Daar ondersteunt zij doven en slechthorenden met psychische problemen. ‘Ik heb bewust gekozen voor een baan met doven’, knikt Monica. ‘Ik wil hen graag ondersteunen. Bovendien is de communicatie op de werkvloer gemakkelijker: de meeste collega’s bij PsyDoN spreken gebarentaal.’

‘Op mijn werk is het regelen van een tolk heel eenvoudig, omdat er drie vaste tolken in dienst zijn. Ik zet bijvoorbeeld een tolk in als ik een training geef aan horende hulpverleners of als een slechthorende of dove cliënt dat prettig vindt. Als ik een keer een extra tolk nodig heb, dan regel ik dat via Tolkmatch van Tolknet’, vertelt Monica.

Monica met schaatsen op het ijsEen tolk bij privé-situaties
‘Ook privé maak ik regelmatig gebruik van tolken. Soms spreek ik met een groep vrienden af om ergens naar toe te gaan en dan delen we de tolk. Dat is gezellig én het scheelt in de leefuren!’, lacht Monica. ‘We zijn bijvoorbeeld naar het EK zwemmen in Eindhoven geweest. We wilden natuurlijk ook het commentaar bij de wedstrijden kunnen volgen, dus hebben we een tolk meegenomen. Ook heb ik samen met een groep doven een schaatsclinic gevolgd. De clinic werd georganiseerd door een zorgverzekeraar en was voor iedereen toegankelijk. Met een groep doven hebben we geregeld dat wij de clinic als aparte groep mochten volgen. De docent was horend, dus een tolk erbij en lekker schaatsen. Op deze manier was het veel prettiger dan allemaal apart bij een groep horenden.’

‘Voor privé-situaties regel ik vaak een tolk die ik al ken. Via sms of e-mail gaat dat prima. Of als ik een tolk tegenkom, dan probeer ik een afspraak te maken. Soms regel ik een tolk via via. Als dat allemaal niet lukt of als ik een keer een andere tolk wil, dan maak ik gebruik van Tolkmatch.’

De voordelen van een tolk
‘De voordelen van een tolk zijn groot. Ik heb – net als een horende – recht op het ontvangen van informatie. Door middel van een tolk krijg ik die informatie ook echt. Als ik zonder tolk iets mis, dan krijg ik vaak alleen een samenvatting van wat er gezegd is. Ik kan dan niet zelf bepalen wat ik belangrijk vind en wat niet’, vertelt Monica. ‘Met een tolk erbij is de communicatie makkelijker, omdat ik informatie kan uitwisselen in mijn moedertaal. De tolk vertaalt mijn gebaren naar gesproken Nederlands en het gesproken Nederlands naar gebaren. Door het inzetten van een tolk kan ik meer mezelf zijn.’

Veel veranderd
‘Het inzetten van tolken is de afgelopen jaren enorm veranderd. Toen ik jong was, was er nog geen tolkopleiding. De tolken van toen waren ouders van dove kinderen of kinderen van dove ouders. Het waren geen erkende tolken en er was geen beroepscode. De tolken bemoeiden zich soms ook met het gesprek. Maar sinds er een officiële opleiding voor tolken gestart is, is alles professioneler geworden. De tolken zijn gediplomeerd en moeten zich aan een beroepscode houden. Natuurlijk kunnen er nog wel dingen verbeterd worden, vooral op het gebied van stemtolken. Maar het is al een stuk beter dan vroeger.’ Monica gaat verder: ‘Er zijn nu veel meer tolken beschikbaar. Het is dus makkelijker om een tolk in te zetten. Het is jammer dat veel doven niet weten dat de mogelijkheden zo groot zijn. Ze zijn gewend om alles zelf te doen en kennen de voordelen van het inzetten van een tolk niet. Elke dove heeft recht op het gebruik van een tolk, maak gebruik van dat recht!’

 

Bron: www.tolknet.org