Image Ongeveer 1 per 1000 van alle kinderen zijn doof. In vergelijking met horenden zeer weinig. Bijgevolg zijn er dus ook relatief weinig dovenscholen. De meeste dove kinderen wonen ver weg van hun school. Ze moeten dus op het internaat blijven of ondergebracht worden in een pleeggezin. Een bijkomend probleem voor kinderen die zelfs al in hun eigen familie communicatieproblemen hebben.
Elisabeth Brockmann heeft ervaringen van doven verzameld, die naar school gingen in Büren en bij pleeggezinnen in de omgeving ondergebracht waren. Het zijn verhalen van heel normale en gewone doven. Verhalen waarin ze vertellen over hun jeugd, hun twee families, hun schooltijd, hun opvoeding en hun leven. Er zijn ook negatieve verhalen bij, zoals pleegouders die hen als goedkopen arbeidskrachten gebruikten, verhalen over heimwee, of dat ze het slachtoffer waren van de toenmalige wetgeving. Maar ook ontroerende anekdotes als: “Tot aan de dood van mijn pleegmoeder ben ik vriendschappelijk met haar blijven omgaan.” De school in Büren is ondertussen een modern gebouw en de kinderen worden met bussen en taxi’s naar school gebracht. Er zijn geen pleeggezinnen meer. Het boek documenteert dus een afgesloten geschiedenis. Het geeft een blik in het werkelijke leven van doven van twee generaties geleden.

“In zwei Welten – Schikcksale gehörloser Pflegekinder” van Elisabeth Brockmann ISBN 978-3-8370-0886-9

http://www.taubenschlag.de/meldung/3527
 
Bron:  Vertaald nieuws voor Doven