Image Het Deaffest Film Festival vorige week in Wolverhampton roept de vraag op: moeten dove verhalen verteld worden door regisseurs die zelf doof zijn? Het is zo dat dove regisseurs de film naar een niveau van emphatie en begrip hebben gebracht die de dove acteurs de kans geven om doven te portretteren zoals ze zichzelf zien, eerder dan

hoe anderen hen zien.
Neem Children of a Lesser God, een van de bekendste ‘dove’ films, maar gemaakt door een horende regisseur Mark Medoff. Het laat veel doven koud. De hoofdrol, waarvoor Marlee Matlin een Oscar won in 1987 is kwaad, gefrustreerd en ongelukkig… en niet veel meer. De portrettering van doven is de laatste 20 jaar weinig veranderd. Chieko in de recente film Babel is ook een doof meisje in conflict met zichzelf – ze huilt veel, ze ontkleedt zich als een middel om de communicatiebarrière tussen haarzelf en horende mannen te slopen…
Het spectrum van karakters in de films getoond op Deaffest, waren veel gevarieerder. Ze gingen van de gelukkige Lenny in Jonathan Reid’s The Association tot de gast die op een orgastische manier zijn dove identiteit onthult in Coming Out, geregisseerd door Louis Neethling en die de prijs won voor beste Britse Kortfilm. Er waren een paar getormenteerde karakters bij, maar om andere redenen dan dat ze doof waren. Heel verfrissend voor een publiek dat gewoon is om met gekrulde tenen te kijken naar verhaallijnen met doven in films en tv-programma’s. Op dit festival kon er gelachen worden en veel geknik van hoofden omdat de situatie herkend wordt.

Bron:  Vertaald nieuws voor Doven