Image Meer aandacht voor de dilemma’s van tolk Nederlandse Gebarentaal in de GGZ. Alles is communicatie. Nergens is dat zo duidelijk als in de geestelijke gezondheidszorg voor doven en mensen met een gehoorbeperking. In gesprekken tussen artsen, therapeuten, verpleegkundigen en (dove) patiënten liggen misverstanden en spraakverwarring op de loer. Tolken Nederlandse Gebarentaal (tolk NGT) zijn vitale schakels in behandelteams. Goed overleg tussen medische professionals en de tolk is daarom essentieel. Robert Pollard en Robyn Dean zijn wereldvermaarde autoriteiten op het gecombineerde terrein van geestelijke gezondheidszorg bij doven en communicatie. VIA, het landelijk centrum voor GGZ en Gehoorstoornissen en het maatschappelijk werk voor doven en slechthorenden, bDDS haalden de Amerikanen naar Nederland voor een tweedaagse workshop. Om tolken én medische professionals bewust te maken van de dilemma’s die de communicatie tussen horenden en mensen met een gehoorbeperking met zich brengt.

Neutraal
Een wijdverbreide misvatting is dat gebarentaal één op één is om te zetten naar de taal van horenden en omgekeerd. Pollard:‘Het is vrij gebruikelijk dat professionals in de zorg de doventolk zien als een soort calculator; wat je opneemt in de ene taal komt er in een andere taal weer uit.’ Maar de tolk speelt vaak een grote rol in het soepele verloop van de communicatie tussen doven en horenden. Een horende merkt het doorgaans niet op als een dove moeizaam formuleert in gebarentaal. De tolk laat de haperingen achterwege. ‘Tolken NGT zijn erop getraind om dat zo neutraal mogelijk te doen. Maar de geestelijke gezondheidszorg vereist een andere opstelling. Bij een diagnose of een behandeling is het van belang dat álle signalen overkomen.’

Pollard is van huis uit psycholoog, verbonden aan het Deaf Welnesscentre in Rochester in de staat New York. Robyn Dean is tolk ASL (American Sign Language). Pollard en Dean hebben samen veel onderzoek gedaan naar het welzijn van doven in Amerika en naar de rol van tolken. ‘Tolken vereist meer dan de technische vaardigheiden, het is uiteindelijk een beroep met veel zorginhoudelijke aspecten. Je gaat met mensen om, wat altijd complex is.’ In de GGZ is goed overleg tussen de tolk en de medische professionals daarom noodzakelijk, stelt Dean. ‘Een tolk moet weten wat er speelt; wat is er met de patiënt aan de hand? Wat beoogt de arts of de pychiater met het gesprek? Stel, een dove patiënt gooit bij de lunch woedend zijn dienblad over tafel en de therapeut gaat met hem naar een kamer om tot rust te komen, en ik kom erbij als tolk. Het is dan essentieel dat de therapeut mij van te voren vertelt wat er is gebeurd. Dat is nodig om de juiste beslissingen kunnen nemen tijdens de interactie met deze patiënt. Het is noodzakelijk om meer begrip te kweken tussen de tolk en de therapeut, om van elkaar te weten wat je nodig hebt om je werk te doen ’

Feest van herkenning
De workshop is voor deelnemers uit de medische hoek én voor de tolken een feest van herkenning, vertelt Georgia van der Gen. Jaren geleden bezocht ze met collega Josje Muntendam een workshop van Pollard en Dean in Spanje. Van der Gen nam het initiatief om de twee naar Nederland te halen. ‘Het zijn autoriteiten die weten waar je in je werk tegenaan loopt. Zij hebben een diepgravende analyse gemaakt van allerlei wendingen die optreden bij het vertalen. In de workshop krijgen we handvatten om met verschillende situaties om te gaan.’ Van der Gen geeft het voorbeeld dat psychologen geregeld stiltes laten vallen. ‘Dat doen ze welbewust om te kijken hoe de patiënt reageert. Een lastige situatie omdat je als tolk al snel onbewust een bondje creëert met de cliënt, hij kijkt je aan met zo’n blik van: en nu? Jij trekt een wenkbrauw op. De kunst is om je blik af te wenden, maar wel in de gaten te houden of de cliënt weer begint te gebaren.’

Tolken NGT zijn opgeleid om overal aan de slag te kunnen gaan, maar tolken in de GGZ is in feite een specialisme, stelt Pollard. ‘Communicatie is nogal specifiek in deze sector. Een patiënt kan verward zijn door een psychische ziekte, de tolk moet daar iets van weten om de signalen goed te kunnen oppikken.’ De tolk moet signalen niet alleen registreren, maar ook doorgeven. Dat kan op verschillende manieren met uiteenlopende gevolgen voor het verloop van het gesprek. Want wat doet een tolk die waarneemt dat een dove cliënt verward of heel snel gebaart? Dean: ‘Je kunt proberen te spreken zoals het klinkt, of je zegt: ik zal proberen om na te doen hoe dit klinkt. Je kunt ook zeggen: dit is wat ik zie… Of je vraagt de therapeut na het gesprek om een nagesprek. Je neemt als tolk voortdurend dit soort beslissingen.’

Van nature hebben tolken de neiging om zo min mogelijk in een gesprek in te breken. Pollard bepleit dat de beroepsgroep de schroom daarvoor overwint. ‘Een tolk is niet neutraal. Voor de behandeling en de diagnostiek is het zuiverder om waarnemingen te benoemen.’
Robyn Dean ontwikkelde een model met situatie- en omgevingsfactoren en de verschillende controlemechismen, een demand-controlschema. ‘Het is een instrument om complexe situaties te analyseren, wat helpt om het werk effectiever te doen.’ Dean erkent dat tolken maar een ogenblik tijd hebben om een vertaalbeslissing te nemen. ‘Maar’, zegt ze ‘door geregeld te analyseren ontwikkel je een goede intuïtie.’

Aan de workshop namen medische professionals en hulpverleners deel van verschillende organisaties uit het hele land. VIA en bDDS willen in de toekomst vaker seminars en workshops organiseren om de deskundigheid in de hulpverlening aan mensen met gehoorstoornissen te bevorderen.

Bron: doof.nl