Image BUNNIK - Dove mensen hoeven zich niet langer buitengesloten te voelen op momenten dat plechtig het Wilhelmus wordt aangeheven. Met een vertaling in de Nederlandse Gebarentaal is het volkslied vanaf zaterdag ook voor hen toegankelijk. ”Oorlof mijn arme schapen”, dat is niet makkelijk te vertalen in gebaren. Toch zijn ook de moeilijke zinsneden uit het Nederlandse volkslied overgezet in gebarentaal, zegt Corline Koolhof van het Nederlands Gebarencentrum. „Dan hebben we een vertaling gemaakt waarin in elk geval de betekenis naar voren komt.”  De eerste landelijke vertaling van het Wilhelmus wordt zaterdag, op Werelddovendag, officieel aangeboden aan staatssecretaris Bussemaker. De vertaling staat op een dvd die van te voren ter goedkeuring is aangeboden aan koningin Beatrix. Die was er blij mee; ze heeft haar waardering laten blijken voor de grote zorgvuldigheid waarmee de vertaling tot stand is gekomen.

Ze staat er bovendien zelf ook op: behalve een vertaling van het volkslied bevat de dvd de naamgebaren van de belangrijkste leden van de koninklijke familie. Hoe de koningin dan wordt aangeduid? Koolhof: „Dat heeft te maken met haar haardracht. Ze heeft een uitgesproken kapsel waarbij de lokken naar achteren gaan. Het gebaar is dan ook alsof je een lok naar achteren haalt.”

Het idee voor het vertalen van het Wilhelmus ontstond toen bleek dat veel dove mensen niet weten wat de tekst van het Nederlandse volkslied is en hoe het klinkt. Het gaat om minimaal 20.000 dove Nederlanders voor wie de Nederlandse Gebarentaal de moedertaal is en het Nederlands de tweede taal. Tot nog toe waren zij verstoken van de inhoud van het Wilhelmus, omdat het lied simpelweg niet aangeleerd kon worden.

Voor een complete taal, zoals het Gebarencentrum de Nederlandse Gebarentaal graag afficheert, was dat onbestaanbaar. „Het volkslied past bij een volwaardige taal”, zegt Koolhof. „Kinderen leren het op school, maar dove kinderen niet. Dat verandert nu. Op allerlei bijeenkomsten waar het lied gezongen wordt, kunnen dove mensen het straks gebaren. Inderdaad, ze kunnen er vrij en onverveerd aan meedoen.”



Bron: Reformatorisch Dagblad - DovenNieuws.eu