Image “Wow, ben jij ook doof?”, zeiden de kinderen van het internaat in Suriname waar Marieke Kusters (20) uit Kuringen stage liep. “Ze dachten dat ze te maken hadden met de zoveelste Nederlandse stagiaire, maar dat klopte dus niet.” Marieke studeert in september af als orthopedagoge aan de KHLim. Ze is een van de 119 studenten in die school met een beperking. Marieke heeft voor ons gesprek een gebarentolk meegebracht. Daar kan ze van de overheid amper 18 uur per jaar een beroep op doen als het om privégesprekken gaat. Voor haar studies krijgt ze meer. Twee van die kostbare uren is ze nu kwijt aan ons. “Ik kan ook wel mijn hoortoestel koppelen aan mijn implantaat en zo met je praten, maar dat kan voor misverstanden zorgen. Want ik heb last van achtergrondgeluiden. Vroeger op school wilden ze altijd maar dat we praatten, van gebarentaal wilden ze niet weten. Maar als ik me echt goed wil uitdrukken, gebruik ik gebarentaal. Vandaar die tolk.”

Die tolk is er niet alleen voor haar, maar ook voor mij. Hij zet al mijn vragen om in gebaren. Vallen mijn lippen misschien niet te lezen? “Jawel, maar dit is ontspannender.” Hoe heeft ze het die dikke vier maanden klaargespeeld in Suriname? Gebruiken ze daar dezelfde tekens? “Ze baseren zich op de Nederlandse gebarentaal, die verschilt duidelijk van de Vlaamse. Daar maken ze dan nog eens een eigen versie van. Die Surinaamse gebaren heb ik al doende geleerd.”

Wuiven
In Suriname moest Marieke zich ontfermen over kinderen van het internaat van de Kennedystichting, de enige dovenschool in de vroegere Nederlandse kolonie. Guillaume Caubergh van de Zonhovense fraters is daar jarenlang directeur geweest. De kinderen krijgen voortdurend Nederlandse stagiairs over de vloer, dus hadden ze niet veel oog voor hun nieuwe opvoedster.

“Tot ze door hadden dat ik ook doof was”, lacht Marieke. “Een dove opvoedster hadden ze daar nog nooit gezien. Ik heb in Suriname ook gewerkt voor een belangenvereniging voor doven. Doven onder elkaar voelen zich sterk verbonden, het lijkt wel alsof je familie bent. We hebben ook dezelfde gewoontes: we wuiven in plaats van te roepen of we kloppen op tafel om aandacht te vragen.”

Hoe kon ze zich redden? Wat als ze bijvoorbeeld ging eten in Paramaribo? “Als ze in een restaurant niet meteen begrepen wat ik wilde, zei ik: sorry, ik versta u niet, ik ben doof. Ik kan ook wel liplezen. Maar het is moeilijk om het verschil te zien tussen bijvoorbeeld dertig en dertien. Vroeger zou ik nooit zeggen dat ik doof was, maar de laatste jaren heb ik geleerd voor mezelf op te komen.”

Gewone scholen
Hoe kun je lessen volgen als je je docenten niet kan horen? “Ik kan voor 80 uren per jaar een gebarentolk en voor 60 uren een schrijftolk krijgen voor mijn studies. In mijn middelbaar was dat ook zo, al was het aantal uren toen erg beperkt. Toen nam ik die vooral voor leraars van wie ik de lippen niet goed kon lezen. Vooral met snorren en baarden heb ik een probleem.”

Is ze altijd naar gewone scholen gegaan? “Tot mijn negende ben ik naar het KIDS geweest. Daarna heb ik in gewone scholen gezeten: in Schimpen, Mariaburcht en Kindsheid Jesu. Ik kan moeilijk uitleggen hoe ik studeer, maar ik doe veel zelfstudie en ik probeer zo veel mogelijk met mijn ogen op te pikken.” Bestaat er geen spraaktechnologie die de lessen automatisch omzet in tekst? “Die staat nog in de kinderschoenen.”

Heeft ze vrienden in de hogeschool? “Weinig, de meeste van mijn vrienden zijn doof. Daar kan ik makkelijker mee communiceren. Ik ben trouwens niet de eerste dove studente orthopedagogie. Voor mij heeft al een meisje die studies geprobeerd, en nu is er ook een bezig.”

Heeft ze al uitzicht op werk? “Ik ga sowieso voortstuderen, en daarna ga ik wellicht bij het KIDS aan de slag. Ik wil graag met dove kinderen werken.”

Bron: Het Belang Van Limburg - DovenNieuws.eu