Image APELDOORN - Al 6,5 jaar verblijven ze in Nederland en verhuizen van het ene naar het andere asielzoekerscentrum. Het is Zahra Bahadorani (44) en Rasoul Ghamari (45) nog steeds niet gegund hier samen een nieuwe, veilige toekomst op te bouwen. Integendeel, voor het dove paar dreigt uitzetting naar hun geboorteland Iran. Door hun handicap vormt communicatie een voortdurend probleem. Ook in Nederland, al vanaf augustus 2001 toen ze hier aankwamen. Tijdens de eerste verhoren door de Immigratie en Naturalisatie Dienst IND was er veel miscommunicatie en slopen er essentiële fouten in hun asielaanvraag die niet meer hersteld kunnen worden.

Sinds ze de Nederlandse gebarentaal machtig zijn is goed communiceren alleen mogelijk als er een tolk gebarentaal voorhanden is. Via zo'n tolk vertelt Rasoul in de huiskamer van zijn voormalige gastheer De Vries uit Apeldoorn manmoedig over het leven van hem en zijn vrouw. Over hun jeugd in Iran waar ze door hun handicap vele beperkingen hadden, over het zorgen voor familieleden en over hun christelijk geloof.

Dat laatste is nu net één van de redenen waarom de IND eerder deze maand berichtte het voornemen te hebben hen geen verblijfsvergunning te verlenen. Zahra en Rasoul zouden onvoldoende aannemelijk hebben kunnen maken dat ze diepgewortelde christenen zijn. Daarom hebben ze nu schriftelijke verklaringen nodig van kerkgenootschappen die ze de afgelopen jaren bezochten. Vanuit enkele voormalige verblijfplaatsen zijn die er al. Afgelopen weekend togen ze met hulp van een vrijwillige chauffeur in alle vroegte naar een dienst in Zierikzee en troffen daar tot hun vreugde mensen aan die konden bevestigen dat het stel daar zes jaar geleden de kerkdiensten bezocht.

Hun advocaat gaat met die gegevens dan weer naar de IND die dit, hopen ze, afweegt bij het nemen van de definitieve beslissing. Teruggestuurd worden naar Iran is voor het stel een angstaanjagende gedachte. ,,Naar Iran als je doof en christen bent, dat kan toch helemaal niet?'' Dat idee grijpt hen naar de keel en alle spanningen leveren ook lichamelijke klachten op. Als Rasoul geëmotioneerd raakt, praat hij te snel en maant de tolk hem vriendelijk wat rustiger aan te doen zodat ze hem weer bij kan houden. De frustraties zijn echter groot, net als de angst en de machteloosheid. ,,En het je niet begrepen voelen.''

Ze willen zo graag aan de slag gaan - hij is kleermaker, zij kapster - om hun eigen brood en woonruimte te verdienen, maar dat is nog steeds niet mogelijk. Ze zijn afhankelijk van de regels. Werk zoeken mag niet. Per week ontvangt het paar 105 euro leefgeld en daarnaast verdienen zij 25 euro met werk in het centrum van Apeldoorn: Rasoul poetst er de wc's en Zahra doet schoonmaakwerk. ,,Maar verder zitten we maar de hele dag te zitten,'' licht Rasoul hun afhankelijke positie toe.

Gelukkig is er ook steun, vanuit hun geloof en van Nederlandse vrienden. Verder proberen ze, hoe moeilijk het ook is, hoop te houden. ,,Hoop is goed. Vooral hoop op een IND die in ons hart kan kijken.''

Bron: De Stentor